De Tweede Kamer heeft op 21 april 2026 gestemd over de amendementen en moties bij het wetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers. Daarmee is een belangrijke stap gezet in de verdere uitwerking van het arbeidsmarktpakket. De wijzigingen raken onder meer oproepcontracten, uitzendwerk en de ketenbepaling. De uiteindelijke stemming over het wetsvoorstel zelf volgt later.
Belangrijke aanpassingen in het wetsvoorstel
Met de aangenomen amendementen is het wetsvoorstel op meerdere punten aangepast. Een belangrijk onderdeel betreft de zogenoemde ‘draaideurconstructies’. In plaats van een terugkijktermijn van vijf jaar wordt gekozen voor een termijn van 36 maanden. Dit sluit volgens de indieners beter aan bij de praktijk en vermindert de administratieve lasten voor werkgevers.
Daarnaast blijft het mogelijk voor AOW-gerechtigden om te werken met een nulurencontract. Hiermee wordt aangesloten bij de bestaande uitzonderingen voor studenten en scholieren.
Uitzonderingen en verduidelijkingen voor specifieke groepen
Voor studenten en scholieren zijn enkele praktische aanpassingen gedaan. Zo wordt het urencriterium voor uitzonderingen gelijkgetrokken op 16 uur per week. Ook is verduidelijkt dat de status van student of scholier met alle gangbare bewijsmiddelen kan worden aangetoond, zonder extra administratieve verplichtingen.
Verder is een bestaande uitzondering op de ketenbepaling in het onderwijs geschrapt, waarmee het systeem op dit punt wordt vereenvoudigd.
Versterking positie uitzendkrachten
Een opvallende wijziging betreft de positie van uitzendkrachten. Met een aangenomen amendement wordt geregeld dat uitzendkrachten recht houden op loondoorbetaling bij ziekte, ook wanneer sprake is van een uitzendbeding.
Daarnaast wordt de mogelijkheid om via cao af te wijken van gelijke arbeidsvoorwaarden ingekaderd. Hiermee wordt beoogd te waarborgen dat bepaalde arbeidsvoorwaarden in ieder geval gelijk blijven voor uitzendkrachten en vaste werknemers.
Ook wordt gewerkt aan het beperken van vergoedingen die werkgevers moeten betalen om uitzendkrachten in dienst te nemen na afloop van een uitzendperiode.
Specifieke regeling voor pgb-situaties
Voor situaties rondom persoonsgebonden budgetten (pgb) is een aparte lijn gekozen. De onderdelen van het wetsvoorstel die betrekking hebben op pgb-houders worden in ieder geval niet vóór 2030 ingevoerd. Dit houdt verband met de uitvoerbaarheid en de administratieve lasten binnen deze sector.
Daarnaast is een extra controlemechanisme ingebouwd, waarbij de Tweede Kamer betrokken wordt bij de uiteindelijke inwerkingtreding van deze onderdelen.
Evaluatie en monitoring
Het wetsvoorstel wordt eerder geëvalueerd dan oorspronkelijk gepland. Naast de bestaande evaluatie na vijf jaar komt er een tussentijdse evaluatie binnen drie jaar. Hiermee kan sneller worden bijgestuurd als dat nodig blijkt.
Ook is via moties gevraagd om de effecten van de wet te monitoren, onder meer op werkgelegenheid en het vestigingsklimaat.
Aandacht voor uitvoering in de praktijk
De Tweede Kamer heeft daarnaast meerdere moties aangenomen die zien op de praktische uitvoering van de wet. Zo wordt de regering gevraagd om:
- knelpunten bij nieuwe contractvormen, zoals bandbreedtecontracten, in kaart te brengen;
- te onderzoeken hoe de ketenbepaling beter kan worden toegepast en vereenvoudigd;
- uitzendkrachten beter te informeren over hun rechten;
- en te beoordelen of de voorgestelde regels aansluiten bij sectoren met wisselende arbeidsvraag.
Ook wordt ingezet op een zo gelijktijdig mogelijke invoering van het bredere arbeidsmarktpakket.
Inwerkingtreding nog onzeker
Hoewel de Kamer al over de amendementen en moties heeft gestemd, moet de eindstemming over het wetsvoorstel nog plaatsvinden. Daarnaast wordt onderzocht wanneer de wet daadwerkelijk in werking kan treden.
De verwachting is dat:
- de regels over gelijke arbeidsvoorwaarden op zijn vroegst per 1 januari 2027 ingaan;
- de overige onderdelen per 1 januari 2028 volgen.
Conclusie
De aangenomen amendementen en moties zorgen voor belangrijke aanpassingen in het wetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers. Voor werkgevers betekenen deze wijzigingen onder meer minder administratieve lasten op sommige punten, maar ook strengere regels voor flexibele arbeid en uitzendkrachten.
Hoewel de wet nog niet definitief is, wordt duidelijk dat de komende jaren verdere veranderingen op de arbeidsmarkt te verwachten zijn. Het is daarom verstandig om deze ontwikkelingen nauwgezet te blijven volgen en tijdig te anticiperen op nieuwe verplichtingen.