Een schoonmaakbedrijf vorderde € 2 miljoen aan contractuele boetes van een voormalig opdrachtnemer wegens schending van een geheimhoudingsbeding. De rechtbank wees de boetes volledig af. De gestelde schendingen waren onvoldoende bewezen of vielen niet onder de reikwijdte van het beding. De opdrachtnemer had wel zakelijke bestanden naar zijn privémail gestuurd, maar aan die overtreding was juist geen boete gekoppeld. De uitspraak laat zien hoe belangrijk een duidelijke afbakening en onderlinge aansluiting van geheimhoudings-, boete- en anti-ronselbedingen is.
Vordering van € 2 miljoen aan contractuele boetes
De voormalig opdrachtnemer had gedurende enkele maanden werkzaamheden verricht als operationeel manager. In de overeenkomst van opdracht was een geheimhoudingsbeding opgenomen. Op iedere overtreding daarvan stond een contractuele boete van € 250.000.
Na het einde van de samenwerking stelde de opdrachtgever dat het geheimhoudingsbeding acht keer was geschonden. Zij vorderde daarom in totaal € 2 miljoen aan boetes. De vermeende overtredingen bestonden onder meer uit contacten met derden, het delen van bedrijfsinformatie en betrokkenheid bij een concurrerende onderneming.
Niet iedere bedrijfsgerelateerde mededeling is geheim
De rechtbank stelde voorop dat het geheimhoudingsbeding niet zo ruim kon worden uitgelegd dat iedere mededeling over de opdrachtgever daaronder viel. Er kan alleen sprake zijn van schending van een geheimhoudingsbeding als daadwerkelijk geheime of vertrouwelijke bedrijfsinformatie wordt gedeeld.
Het enkele feit dat de opdrachtnemer contact had gehad met klanten, onderaannemers, een voormalig boekhouder of andere betrokkenen was daarom onvoldoende. De opdrachtgever moest concreet stellen en aantonen welke vertrouwelijke informatie was gedeeld en waarom die informatie onder het beding viel.
Dat lukte in deze zaak niet. Een aantal mededelingen, zoals de mededeling dat facturen niet werden betaald, kwalificeerde volgens de rechtbank niet als geheime bedrijfsinformatie. Van andere verwijten was onvoldoende bewijs beschikbaar.
Gelieerde ondernemingen vielen niet onder het beding
De opdrachtnemer had ook informatie gedeeld over een voormalige onderneming van de vader van de bestuurder van de opdrachtgever. Hoewel het volgens de rechtbank niet juist was om andermans vertrouwelijke informatie te verspreiden, viel die informatie niet onder het geheimhoudingsbeding.
Het beding zag volgens de tekst alleen op informatie over de contractspartijen zelf. Andere vennootschappen of gelieerde ondernemingen waren daarin niet opgenomen. Wanneer de opdrachtgever ook informatie over groepsmaatschappijen, bestuurders of andere verbonden partijen had willen beschermen, had dit uitdrukkelijk in de overeenkomst moeten worden vastgelegd.
Geen anti-ronselbeding opgenomen
De opdrachtgever verweet de voormalig opdrachtnemer daarnaast dat hij namens een concurrent contact had gezocht met een klant en een werknemer. Ook dat leverde volgens de rechtbank geen contractuele overtreding op.
In de overeenkomst was namelijk geen anti-ronselbeding opgenomen. Daardoor was het benaderen van klanten of medewerkers niet als zelfstandige overtreding verboden. Een geheimhoudingsbeding kan niet zonder meer worden gebruikt als vervanging voor een ontbrekend relatie- of anti-ronselbeding.
Wel een contractuele overtreding, maar geen boete
De rechtbank stelde wel vast dat de opdrachtnemer zakelijke bestanden, waaronder een klantenbestand, naar zijn privémailadres had gestuurd. Dat gebeurde zelfs nog nadat hij op non-actief was gesteld.
Hiermee handelde hij in strijd met een afzonderlijke bepaling uit de overeenkomst, waarin stond dat bedrijfseigendommen niet mochten worden toegeëigend, gekopieerd of mee naar huis genomen. Aan overtreding van juist deze bepaling was echter geen contractuele boete gekoppeld.
De rechtbank kon daarom wel verklaren dat de opdrachtnemer was tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, maar kon op die grond geen boete toewijzen. Ook een schadevergoeding werd afgewezen, omdat de opdrachtgever niet concreet had gemaakt welke schade door deze overtreding was ontstaan.
Belang van een duidelijke contractuele samenhang
Deze uitspraak maakt duidelijk dat een hoog boetebedrag op zichzelf onvoldoende bescherming biedt. De bepaling waaraan de boete is gekoppeld, moet nauwkeurig omschrijven welk gedrag verboden is. Daarnaast moet duidelijk zijn welke personen, informatie en situaties onder het beding vallen.
Ook moeten verschillende contractuele bepalingen goed op elkaar aansluiten. Een geheimhoudingsbeding beschermt niet automatisch tegen het benaderen van klanten of personeel. Daarvoor kan een afzonderlijk relatie- of anti-ronselbeding nodig zijn. Evenmin kan een boete worden toegepast op een andere verplichting dan die waaraan de boete uitdrukkelijk is verbonden.
Conclusie
De rechtbank wees de gevorderde boetes van in totaal € 2 miljoen af, omdat niet was bewezen dat het geheimhoudingsbeding was geschonden. De enige vastgestelde contractuele overtreding viel onder een bepaling waaraan geen boete was gekoppeld.
Voor ondernemers is de belangrijkste les dat contractuele bescherming niet alleen afhangt van de hoogte van een boete, maar vooral van de formulering en onderlinge samenhang van de bedingen. Geheimhoudings-, boete-, relatie- en anti-ronselbedingen moeten duidelijk afbakenen welk gedrag verboden is en welke gevolgen aan een overtreding zijn verbonden.
Uitspraak: Rechtbank Midden-Nederland 17 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3733.