Flexwerkers

Meer zekerheid voor flexwerkers op komst: wetsvoorstel ingediend

Op 19 mei 2025 is een belangrijk wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd dat ingrijpt op de positie van flexwerkers. Waarom is dit belangrijk? Omdat het eindelijk paal en perk stelt aan onzeker werk, draaideurconstructies en oneerlijke uitzendpraktijken. Flexwerkers krijgen hiermee zicht op een stabieler inkomen, eerlijkere contracten en betere bescherming.

Lees verder om te ontdekken wat er precies gaat veranderen en wanneer.

Wetsvoorstel ‘Meer zekerheid flexwerkers’ ingediend

Op 19 mei 2025 heeft het kabinet het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers ingediend bij de Tweede Kamer. Dit voorstel is een belangrijke stap binnen het bredere arbeidsmarktpakket en heeft als doel de positie van flexwerkers aanzienlijk te verbeteren. Denk aan strengere regels voor tijdelijke contracten, betere bescherming voor uitzendkrachten en het afschaffen van onvoorspelbare nulurencontracten.

Eerlijke voorwaarden voor uitzendkrachten

Voor mensen die via een uitzendbureau werken, komt er meer gelijkheid. Zij krijgen recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als vaste medewerkers bij het bedrijf waar ze worden ingezet. Bovendien worden de ‘onzekere’ fases binnen uitzendwerk ingekort:

  • Fase A (de periode zonder verplichting tot loondoorbetaling) gaat van 78 naar 52 weken.
  • Fase B (met contracten voor bepaalde tijd) wordt verkort van 6 contracten in 4 jaar naar 6 contracten in 2 jaar.

Deze aanpassingen moeten voorkomen dat uitzendkrachten – en met name arbeidsmigranten – jarenlang in tijdelijke, onzekere constructies blijven hangen.

Einde aan draaideurcontracten

Een belangrijk doel van dit wetsvoorstel is het doorbreken van de zogenoemde ‘draaideurconstructies’. In de huidige wet mag een werknemer na drie tijdelijke contracten pas na 6 maanden weer een nieuw tijdelijk contract krijgen. Werkgevers omzeilen zo een vast contract, door werknemers telkens opnieuw in dienst te nemen na een korte pauze.

De nieuwe regeling maakt daar een einde aan: de wachttijd wordt verlengd naar vijf jaar. Bovendien wordt het lastiger om hiervan af te wijken via een cao. Tijdelijke contracten moeten echt alleen nog worden gebruikt voor tijdelijk werk.

Van nuluren naar bandbreedte

De onvoorspelbaarheid van oproepcontracten wordt aangepakt door een nieuw type contract: het bandbreedtecontract. Hierin worden een minimum- en maximumaantal uren afgesproken, waarbij het maximum niet meer dan 130% van het minimum mag zijn.
Voorbeeld: bij een minimum van 10 uur, mag het maximum 13 uur zijn. Wordt iemand vaker opgeroepen dan het afgesproken maximum? Dan mag die werknemer dat weigeren. Worden er structureel meer uren gewerkt? Dan moet een nieuw contract met meer uren worden aangeboden.

Voor jongeren, scholieren en studenten blijft een flexibel oproepcontract wel mogelijk.

Wanneer gaat dit in?

Na behandeling in de Tweede Kamer en vervolgens de Eerste Kamer, is het de bedoeling dat de wet per 1 januari 2027 in werking treedt.
Een uitzondering geldt voor het onderdeel over gelijke beloning voor uitzendkrachten, dat kan al vanaf 1 januari 2026 van kracht worden.

Achtergrond: brede arbeidsmarkthervorming

Dit wetsvoorstel maakt deel uit van een groter hervormingspakket dat voortkomt uit afspraken tussen het kabinet, vakbonden en werkgevers. De basis ligt in het rapport van de commissie Borstlap (2020) en het SER-advies uit 2021. Het uiteindelijke doel? Meer zekerheid voor werkenden én meer wendbaarheid voor ondernemers.

Direct vrijblijvend advies

Wil u meer informatie van ons ontvangen of een persoonlijk onderhoud? Vul dan uw gegevens hiernaast in en wij zullen direct contact met u opnemen of de gevraagde informatie aan u toezenden.

Contact