Het kabinet wil de rechtspositie van reservisten bij hun reguliere werkgever verduidelijken en verbeteren. Op 3 juli 2026 hebben de minister van Werk en Participatie en de staatssecretaris van Defensie hierover een brief aan de Tweede Kamer gestuurd. Hierin worden verschillende maatregelen aangekondigd om de positie van reservisten én hun reguliere werkgevers toekomstbestendig te maken.
Aanleiding voor de voorgenomen wijzigingen
Reservisten vervullen een steeds belangrijkere rol binnen de krijgsmacht. Het kabinet wil het aantal reservisten de komende jaren aanzienlijk uitbreiden. De huidige arbeidsrechtelijke en socialezekerheidsrechtelijke regels sluiten volgens het kabinet echter niet langer aan bij deze ontwikkeling. Zowel reservisten als hun reguliere werkgevers ervaren in de praktijk knelpunten, bijvoorbeeld bij verplichte militaire inzet, ziekte en arbeidsongeschiktheid.
Voorgestelde maatregelen
Het kabinet onderzoekt verschillende maatregelen om de rechtspositie van reservisten te verbeteren. Zo wordt gekeken naar de invoering van een passende verlofregeling voor reservisten die worden opgeroepen voor militaire werkzaamheden. Daarnaast wordt onderzocht of opnieuw een ontslagverbod kan worden ingevoerd tijdens bepaalde vormen van militaire inzet.
Ook wordt bezien hoe werkgevers beter kunnen worden ondersteund wanneer een reservist tijdens militaire werkzaamheden ziek wordt of arbeidsongeschikt raakt. Verder wil het kabinet de Regeling werkgeverstegemoetkoming langdurige inzet reservisten (RWT) verruimen, zodat werkgevers in meer situaties voor een tegemoetkoming in aanmerking kunnen komen.
Betekenis voor werkgevers
Met de voorgestelde maatregelen wil het kabinet de knelpunten voor werkgevers verminderen en meer duidelijkheid bieden over hun rechten en verplichtingen wanneer een werknemer tevens reservist is. Daarnaast wordt benadrukt dat ook cao-partijen een belangrijke rol kunnen spelen door aanvullende afspraken te maken over bijvoorbeeld verlof, loon en inzet van reservisten.
Vervolg
De aangekondigde maatregelen worden de komende periode verder uitgewerkt. Het kabinet streeft ernaar de meeste beleidsvoornemens per 1 januari 2029 in werking te laten treden. Over de voortgang wordt de Tweede Kamer vóór de zomer van 2027 nader geïnformeerd.
Conclusie
Met de aangekondigde plannen zet het kabinet een eerste stap naar een toekomstbestendige rechtspositie voor reservisten en hun reguliere werkgevers. Hoewel de voorstellen nog nader moeten worden uitgewerkt, wordt duidelijk dat de komende jaren meer aandacht zal komen voor de arbeidsrechtelijke positie van reservisten en de ondersteuning van werkgevers die medewerkers beschikbaar stellen voor Defensie.