Het kabinet had begin oktober 2025 aangekondigd dat de tijdelijke ‘boetepauze’ bij de handhaving op schijnzelfstandigheid niet zou worden verlengd. Volgens staatssecretaris Eugène Heijnen was verdere coulance onwenselijk, omdat dit de effectieve aanpak van schijnzelfstandigheid zou ondermijnen. Daarmee leek de overgangsfase per 1 januari 2026 te eindigen en volledige handhaving te worden hervat.
Inmiddels is dit standpunt genuanceerd. De handhaving wordt vanaf 2026 wel geïntensiveerd, maar de zogenoemde zachte landing wordt gedeeltelijk voortgezet.
Achtergrond
Sinds 2025 kunnen werkgevers naheffingen van sociale premies krijgen als de Belastingdienst vaststelt dat een ingehuurde zzp’er feitelijk als werknemer werkzaam is. Hoewel formeel ook boetes mogelijk waren, gold in 2025 een ‘zachte landing’: werkgevers kregen correcties en aanwijzingen, maar in beginsel geen verzuimboetes.
Deze tijdelijke coulance was bedoeld om organisaties tijd te geven zich aan te passen aan de aangescherpte handhaving van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA), die schijnzelfstandigheid moet tegengaan.
Waar aanvankelijk werd aangekondigd dat deze overgangsperiode per 2026 volledig zou aflopen, heeft het kabinet later besloten de zachte landing niet abrupt te beëindigen.
Handhaving vanaf 2026
Vanaf 2026 blijft de Belastingdienst actief handhaven op schijnzelfstandigheid. Dat betekent:
naheffingen van loonheffingen en sociale premies blijven mogelijk;
de Belastingdienst beoordeelt arbeidsrelaties nadrukkelijker op de feitelijke uitvoering;
bij signalen van opzet of grove schuld kunnen vergrijpboetes worden opgelegd.
Tegelijkertijd geldt dat in 2026 niet standaard direct verzuimboetes worden opgelegd. De Belastingdienst zal in veel gevallen starten met bedrijfsbezoeken, waarschuwingen en hersteltermijnen. Volledig reguliere handhaving met minder coulance wordt pas in een later stadium verwacht.
Belang van handhaving
Volgens staatssecretaris Heijnen blijft het tegengaan van schijnzelfstandigheid “cruciaal” – niet alleen om misbruik en oneigenlijke concurrentie tegen te gaan, maar ook om eerlijkere arbeidsverhoudingen te bevorderen.
Hij benadrukte dat organisaties die hun arbeidsrelaties al hebben aangepast, recht hebben op een gelijk speelveld. Tegelijkertijd is erkend dat een abrupte beëindiging van alle coulance tot uitvoeringsproblemen en onzekerheid zou kunnen leiden.
Financiële en politieke context
De discussie over de boetepauze speelt ook tegen de achtergrond van Europese afspraken. Nederland moet in het kader van het Europese coronaherstelplan aantoonbaar stappen zetten tegen schijnzelfstandigheid. Door de handhaving voort te zetten, maar de boetepraktijk gefaseerd aan te scherpen, probeert het kabinet hieraan te voldoen zonder onnodige ontwrichting bij werkgevers.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Vanaf 2026 lopen werkgevers die zzp’ers inzetten bij feitelijke dienstbetrekkingen reëel risico op naheffingen en – in ernstige gevallen – boetes. Het is daarom noodzakelijk om arbeidsrelaties kritisch te beoordelen aan de hand van de bestaande juridische criteria, waaronder:
- Gezagsverhouding: ontvangt de zzp’er inhoudelijke aanwijzingen over hoe het werk moet worden uitgevoerd?
- Persoonlijke arbeid: moet de zzp’er het werk zelf uitvoeren of is vervanging mogelijk?
- Loonverplichting: is sprake van een vaste vergoeding, los van het resultaat?
- Arbeidsduur en aanwezigheid: moet de zzp’er vaste werktijden volgen of op locatie aanwezig zijn?
- Materiaal en hulpmiddelen: verstrekt de opdrachtgever gereedschappen of middelen?
- Inpassing in de organisatie: is de zzp’er ingepast in een team of organisatie?
- Economisch risico: draagt de zzp’er zelfstandig risico’s bij slecht resultaat?
- Duur van de relatie: is de samenwerking langdurig en structureel?
Wanneer deze elementen samen aanwezig zijn, kan sprake zijn van een arbeidsovereenkomst, ongeacht wat contractueel is vastgelegd.
Aandachtspunten voor werkgevers en HR-professionals
Om risico’s te beperken, is het verstandig om tijdig actie te ondernemen.
Praktische tips:
Controleer bestaande overeenkomsten van opdracht en toets of de feitelijke werkwijze daarbij aansluit.
Leg bij zzp’ers nadruk op resultaatverplichtingen en zelfstandige verantwoordelijkheid.
Houd rekening met toekomstige wetgeving, zoals het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (Vbar), dat nadere richting geeft aan de kwalificatie van arbeidsrelaties.
Betrek het gebruik van zelfstandigen in cao-afspraken en strategische personeelsplanning.
Samenvatting
De boodschap van het kabinet is minder zwart-wit dan aanvankelijk werd gepresenteerd. De handhaving op schijnzelfstandigheid wordt vanaf 2026 aangescherpt, maar de zachte landing verdwijnt niet volledig. Werkgevers krijgen nog enige ruimte om te herstellen, maar vrijblijvendheid is voorbij. Wie zekerheid wil over de inzet van zzp’ers, doet er verstandig aan daar nu al werk van te maken.
Bron: ANP, TweedeKamer, 2 oktober 2025 en Accountant