Het kabinet werkt de eerder aangekondigde modernisering van het concurrentiebeding verder uit. Met het wetsvoorstel wil het kabinet werknemers meer vrijheid geven om van baan te wisselen, terwijl werkgevers concurrentiebedingen alleen nog onder strengere voorwaarden kunnen opnemen en inroepen. Volgens het kabinet belemmert het huidige gebruik van concurrentiebedingen de doorstroom op de arbeidsmarkt, terwijl veel werknemers geen toegang hebben tot bedrijfsgevoelige informatie.
Belangrijkste wijzigingen
Het wetsvoorstel bevat verschillende maatregelen om het gebruik van concurrentiebedingen te beperken. Zo mag een concurrentiebeding maximaal één jaar gelden na het einde van de arbeidsovereenkomst. Daarnaast moet de werkgever voortaan aangeven voor welk geografisch gebied het beding geldt.
Ook wordt voorgesteld dat een werkgever het zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelang bij een concurrentiebeding in iedere arbeidsovereenkomst motiveert. Op dit moment geldt deze motiveringsplicht alleen voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.
Vergoeding voor de werknemer
Een belangrijke wijziging is dat werkgevers een vergoeding moeten betalen wanneer zij een beroep doen op een concurrentiebeding. De voorgestelde vergoeding bedraagt 50% van het laatstverdiende maandloon voor iedere maand dat de werknemer aan het concurrentiebeding is gebonden.
Met deze maatregel wil het kabinet werkgevers stimuleren om alleen een concurrentiebeding op te nemen wanneer daarvoor daadwerkelijk een zwaarwegend belang bestaat.
Aanleiding voor het wetsvoorstel
Uit onderzoek blijkt dat het gebruik van concurrentiebedingen de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen. Inmiddels heeft ongeveer één op de drie werknemers hiermee te maken. Volgens het kabinet is een concurrentiebeding lang niet altijd noodzakelijk, waardoor werknemers onnodig worden beperkt in hun mogelijkheden om van werkgever te wisselen.
Met het wetsvoorstel wordt beoogd een betere balans te creëren tussen de bescherming van bedrijfsbelangen en de vrijheid van werknemers om een andere functie te aanvaarden.
Vervolg
Het wetsvoorstel is voor advies voorgelegd aan de Raad van State. Het kabinet streeft ernaar het voorstel eind 2026 bij de Tweede Kamer in te dienen.
Conclusie
Met het wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding wil het kabinet de arbeidsmobiliteit vergroten en het gebruik van concurrentiebedingen beperken tot situaties waarin daarvoor een gerechtvaardigd belang bestaat. Werkgevers doen er verstandig aan de verdere ontwikkelingen te volgen en tijdig te beoordelen welke gevolgen de voorgestelde wijzigingen kunnen hebben voor hun bestaande arbeidsovereenkomsten.