Raad van State adviseert negatief over Wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft begin februari 2026 kritisch geadviseerd over het wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis. Het voorstel was bedoeld om bedrijven tijdens een crisis te ondersteunen bij het behouden van personeel en om arbeidsovereenkomsten flexibeler te maken. De Raad van State concludeerde echter dat het wetsvoorstel op meerdere punten tekortschiet. Daarbij werd geadviseerd om het voorstel niet in te dienen zonder aanpassingen.

Doel van het wetsvoorstel

Met het wetsvoorstel beoogde de regering zogenoemde ‘levensvatbare’ bedrijven te ondersteunen bij het behouden van werknemers tijdens een crisis. Daarnaast moest het voorstel bijdragen aan meer flexibiliteit binnen arbeidsovereenkomsten in crisissituaties.

Het voorstel voorzag in één uniforme regeling voor zowel kleinschalige als grootschalige crises.

Onduidelijkheid over ‘levensvatbare’ bedrijven

Een belangrijk kritiekpunt van de Raad van State betrof het begrip ‘levensvatbare’ bedrijven. In het wetsvoorstel werd niet duidelijk omschreven wat hieronder moet worden verstaan. Ook bleef onduidelijk wie bepaalt of een onderneming als levensvatbaar kwalificeert.

Volgens de Raad van State leidde dit tot onvoldoende duidelijkheid over welke werkgevers gebruik zouden kunnen maken van de regeling. Dit kan in de praktijk leiden tot onzekerheid bij werkgevers.

Wettelijke verankering van werktijdverkorting

Het wetsvoorstel voorzag daarnaast in het opnemen van de bestaande regeling voor werktijdverkorting in de wet. Deze regeling bestaat al langere tijd en biedt werkgevers ondersteuning bij tijdelijke terugval in werk door een kleinschalige crisis.

De Raad van State gaf aan begrip te hebben voor het wettelijk vastleggen van deze regeling, ook al zou dit in aangepaste vorm gebeuren. Het opnemen in de wet zou de rechtszekerheid voor zowel werkgevers als werknemers vergroten.

Verschil tussen kleinschalige en grootschalige crises

De Raad van State plaatste vraagtekens bij de effectiviteit van één regeling voor zowel kleinschalige als grootschalige crises. Volgens de Afdeling advisering verschillen deze typen crises wezenlijk van elkaar.

Kleinschalige crises zijn doorgaans beter te overzien in duur en impact. Grootschalige crises daarentegen zijn vaak moeilijk voorspelbaar, zowel wat betreft aard, ernst, verloop en gevolgen als de frequentie waarmee zij zich voordoen.

Volgens de Raad van State vereisen grootschalige crises daarom andere instrumenten en oplossingen. Het wetsvoorstel hield volgens haar onvoldoende rekening met deze verschillen.

Wendbaarheid van de arbeidsovereenkomst

Het voorstel bevatte ook maatregelen om arbeidsovereenkomsten flexibeler te maken in tijden van crisis. De Raad van State onderschreef het belang van meer wendbaarheid binnen de arbeidsmarkt.

Tegelijkertijd werd opgemerkt dat de voorgestelde maatregelen uitsluitend zien op crisissituaties. Daarmee dragen zij niet bij aan structurele flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Bovendien zouden de maatregelen leiden tot extra complexiteit binnen het arbeidsrecht.

Conclusie

De Raad van State kwam tot de conclusie dat het wetsvoorstel in de huidige vorm tekortschiet. Met name de onduidelijkheid over de doelgroep, de beperkte effectiviteit bij grootschalige crises en de toegenomen complexiteit vormden belangrijke aandachtspunten.

Daarom adviseerde de Afdeling advisering om het wetsvoorstel niet bij de Tweede Kamer in te dienen, tenzij het op deze punten wordt aangepast. Voor werkgevers betekent dit dat mogelijke nieuwe regelingen voor personeelsbehoud bij crisis nog onzeker zijn en afhankelijk blijven van verdere uitwerking door de wetgever.

Direct vrijblijvend advies

Wil u meer informatie van ons ontvangen of een persoonlijk onderhoud? Vul dan uw gegevens hiernaast in en wij zullen direct contact met u opnemen of de gevraagde informatie aan u toezenden.

Contact