De Afdeling advisering van de Raad van State heeft begin april 2026 advies uitgebracht over het wetsvoorstel dat de Europese richtlijn loontransparantie moet omzetten in Nederlandse wetgeving. Het voorstel is gericht op het verkleinen van loonverschillen tussen mannen en vrouwen door meer transparantie. Tegelijkertijd wijst de Raad op de impact van de maatregelen voor werkgevers en diverse aandachtspunten in de uitwerking. Het kabinet zal deze opmerkingen moeten meenemen voordat het wetsvoorstel verder wordt behandeld.
Doel: meer transparantie in beloning
Het wetsvoorstel geeft uitvoering aan de Europese richtlijn die gelijke beloning van mannen en vrouwen moet bevorderen. De kern van de maatregelen ligt in het vergroten van transparantie rondom salarissen en beloningsbeleid.
Zo worden werkgevers verplicht om:
- inzicht te geven in beloningsstructuren;
- te beschikken over een systeem van functiewaardering en -indeling;
- te waarborgen dat gelijk loon wordt betaald voor gelijke of gelijkwaardige arbeid.
Deze verplichtingen kunnen leiden tot aanpassingen in HR-processen en beloningssystematiek.
Impact op werkgevers
De Raad van State onderschrijft het belang van het verkleinen van loonverschillen, maar benadrukt dat de voorgestelde maatregelen aanzienlijke gevolgen hebben voor werkgevers. Met name de administratieve lasten en de inrichting van interne processen vragen aandacht.
Daarnaast wordt erop gewezen dat wetgeving op zichzelf niet voldoende is om loonverschillen volledig weg te nemen. De Raad adviseert daarom om in de toelichting bij het wetsvoorstel realistisch te zijn over de te verwachten effecten.
Loonrapportage en rol van de overheid
De richtlijn biedt lidstaten de mogelijkheid om loonrapportages grotendeels door een overheidsinstantie te laten opstellen. Dit kan de administratieve lasten voor werkgevers verlichten en de vergelijkbaarheid van gegevens verbeteren.
In het wetsvoorstel is er echter voor gekozen deze optie niet te benutten. Volgens de Raad van State is onvoldoende gemotiveerd waarom hiervan wordt afgezien. Het advies is om deze keuze beter te onderbouwen.
Implementatietermijn en rapportageverplichtingen
De Europese richtlijn moet uiterlijk op 7 juni 2026 zijn omgezet in nationale wetgeving. Uit de toelichting blijkt dat deze termijn niet wordt gehaald. De Raad adviseert om duidelijk te maken wat de gevolgen hiervan zijn.
Daarnaast geldt op grond van de richtlijn dat werkgevers met 150 of meer werknemers uiterlijk op 7 juni 2027 voor het eerst moeten rapporteren over loonverschillen. In het wetsvoorstel wordt uitgegaan van een latere datum, maar volgens de Raad biedt de richtlijn hiervoor geen ruimte. Het advies is om aan te sluiten bij de Europese termijn.
Nadere aandachtspunten
De Raad van State wijst op meerdere punten die nadere uitwerking vereisen:
Monitoring en uitvoering
Er wordt een monitoringsorgaan voorzien dat werkgevers ondersteunt bij de uitvoering. De Raad adviseert om deze taak expliciet te beleggen bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Non-binaire personen
De toelichting biedt onvoldoende duidelijkheid over hoe werkgevers de beloning van non-binaire werknemers moeten meenemen in rapportages. Dit vraagt om nadere verduidelijking.
Bescherming van persoonsgegevens
Meer transparantie over lonen kan leiden tot het herleidbaar worden van individuele salarissen. Volgens de Raad moet zorgvuldig worden omgegaan met deze gegevens en moet duidelijk zijn op welke wettelijke grondslag verwerking plaatsvindt.
Conclusie
Het wetsvoorstel rondom loontransparantie vormt een belangrijke stap in het bevorderen van gelijke beloning. Tegelijkertijd brengt het aanzienlijke verplichtingen met zich mee voor werkgevers, met name op het gebied van rapportage en interne processen.
De Raad van State adviseert om het voorstel op meerdere punten aan te passen en te verduidelijken voordat het verder in behandeling wordt genomen. Voor werkgevers is het van belang om de ontwikkelingen op dit terrein te blijven volgen, gezien de mogelijke impact op beloningsbeleid en compliance.