Met ingang van 1 januari 2026 worden verschillende regels aangepast op het beleidsterrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het gaat onder meer om wijzigingen in het minimumloon, uitkeringen, kinderregelingen, pensioen en diverse arbeidsmarktinstrumenten. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste veranderingen.
Minimumuurloon
Het wettelijk minimumuurloon wordt per 1 januari 2026 geïndexeerd. Voor werknemers van 21 jaar en ouder stijgt het minimumuurloon van € 14,40 naar € 14,71 bruto per uur. Voor werknemers van 15 tot en met 20 jaar blijven vaste minimumjeugduurlonen gelden, die zijn afgeleid van het wettelijk minimumuurloon.
Nieuw pensioenstelsel
Per 1 januari 2026 stappen circa 9,5 miljoen pensioenen over op het nieuwe pensioenstelsel. Daarmee valt in 2026 meer dan de helft van alle pensioendeelnemers onder het vernieuwde stelsel.
Vrijstelling RVU-heffing
De vrijstelling van de RVU-heffing wordt per 1 januari 2026 verhoogd door indexatie. Werkgevers kunnen werknemers met zwaar werk een uitkering verstrekken tot maximaal € 2.357 bruto per maand, zonder dat hierover een extra RVU-heffing verschuldigd is.
Om de regeling toegankelijker te maken voor werknemers met een laag inkomen of een beperkt aanvullend pensioen, kan de werkgever boven op de basisuitkering een extra bedrag van maximaal € 300 bruto per maand toekennen. Over dit aanvullende bedrag is geen RVU-heffing verschuldigd, mits hierover afspraken zijn gemaakt in de cao.
Wijzigingen in het loonkostenvoordeel
Werkgevers kunnen aanspraak maken op het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers en werknemers met een arbeidsbeperking. Het loonkostenvoordeel voor werknemers van 56 jaar en ouder wordt per 1 januari 2026 afgeschaft voor nieuwe dienstverbanden. Voor werknemers die vóór 1 januari 2024 in dienst zijn gekomen, blijft het loonkostenvoordeel behouden.
Voor werknemers met een arbeidsbeperking die onder de doelgroep banenafspraak vallen, wordt het loonkostenvoordeel juist verruimd. Vanaf 2026 geldt dit voordeel zolang de werknemer in dienst blijft, waar dit voorheen was beperkt tot maximaal drie jaar. Ook is geen aparte doelgroepverklaring van het UWV meer vereist.
Transitievergoeding
De maximale transitievergoeding bij ontslag wordt per 1 januari 2026 verhoogd door indexatie en bedraagt maximaal € 102.000 bruto. Indien het jaarsalaris hoger is dan dit bedrag, geldt als maximum één bruto jaarsalaris.