Een werknemer meldde zich na een periode van ziekte per 1 februari 2025 beter en gaf aan zijn werkzaamheden weer te willen hervatten. De werkgever ging daar niet in mee, vond de hersteldmelding ongeloofwaardig en hield de loondoorbetaling op een lager percentage. De werkgever schakelde echter geen bedrijfsarts in en vroeg ook geen deskundigenoordeel bij het UWV aan. In kort geding kreeg de werknemer gelijk: de loonvordering werd (voorlopig) toegewezen.
Wat speelde er?
De werknemer werkte bij de werkgever op basis van een (uitgebreider geworden) urenomvang en ontving gedurende de ziekteperiode een lager loonpercentage. Hij meldde zich vervolgens hersteld en vroeg om het werkrooster om weer aan de slag te gaan. De werkgever wees dit af en verwees onder meer naar een (niet-medische) rapportage en het feit dat een tweede spoortraject liep.
Waar draaide het juridisch om?
De kernvraag was of de werkgever vanaf 1 februari 2025 weer 100% loon verschuldigd was, omdat de werknemer zich arbeidsgeschikt had gemeld. De kantonrechter behandelde de zaak in kort geding en oordeelde dat een loonvordering, zeker bij een laag loon, in beginsel een spoedeisend karakter droeg.
Oordeel van de kantonrechter
De kantonrechter stelde voorop dat een werknemer in eerste instantie zelf bepaalde wanneer sprake was van ziekte en herstel. Had een werkgever twijfels bij een hersteldmelding, dan lag het op zijn weg om dat te laten toetsen door:
het inschakelen van een bedrijfsarts, of
het aanvragen van een deskundigenoordeel bij het UWV.
Vast stond dat de werkgever dat niet had gedaan. Het feit dat de werkgever de relatie met de bedrijfsarts had beëindigd en moeite had een nieuwe bedrijfsarts te vinden, kwam volgens de kantonrechter voor rekening van de werkgever. Omdat de werkgever geen medische toetsing had geregeld, werd de loonvordering voorshands toegewezen: de werkgever moest het loon aanvullen tot 100%, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente, en bovendien de proceskosten betalen.
Wat moesten werkgevers hiervan meenemen?
Deze uitspraak liet zien dat “spoor 2” of een arbeidsdeskundige rapportage niet automatisch betekende dat een werknemer niet (deels) hersteld kon zijn. Wie een hersteldmelding niet accepteerde, moest dat medisch onderbouwen en het initiatief daarvoor lag bij de werkgever.
Drie praktische aandachtspunten voor de praktijk
Leg een hersteldmelding direct vast (datum, bericht, reactie) en bevestig schriftelijk wat je wel en niet accepteerde.
Twijfel = toetsen: schakel meteen de bedrijfsarts in of vraag een UWV-deskundigenoordeel aan. Wachtte je te lang, dan liep je sneller tegen een loonvonnis aan.
Gebruik het juiste type rapport: een arbeidsdeskundige beoordeling kon nuttig zijn voor re-integratiekansen, maar verving geen medische beoordeling van arbeidsgeschiktheid.
Rechtbank Gelderland 14 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:8807.