Het kabinet heeft een belangrijk wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd dat grote gevolgen kan hebben voor zowel zzp’ers als werkgevers. Het doel? Meer duidelijkheid over de vraag wanneer iemand werknemer is en wanneer echt zelfstandige. Vooral voor laagbetaalde zzp’ers is dit cruciaal: wie minder dan €36 per uur verdient, krijgt straks een sterkere rechtspositie en kan eenvoudiger aanspraak maken op werknemersrechten.
Lees verder om te ontdekken hoe dit wetsvoorstel de arbeidsmarkt gaat veranderen en wat dit betekent voor zelfstandigen én opdrachtgevers.
Wetsvoorstel verduidelijking arbeidsrelaties en rechtsvermoeden
Op 7 juli 2025 heeft het kabinet het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) ingediend bij de Tweede Kamer. Dit is het tweede grote voorstel binnen het arbeidsmarktpakket waarmee het kabinet de arbeidsmarkt wil hervormen. Het plan moet zorgen voor meer zekerheid voor werkenden en een gelijker speelveld tussen werknemers en zelfstandigen.
Achtergrond
Het wetsvoorstel vloeit voort uit het advies van de commissie Borstlap (2021) en het arbeidsmarktakkoord van 2023 tussen kabinet, werkgevers en vakbonden. In de praktijk blijkt dat veel werkenden in een zzp-constructie werken, terwijl er feitelijk sprake is van werknemerschap. Dat aantal wordt geschat op zo’n 200.000. Deze schijnzelfstandigheid leidt tot oneerlijke concurrentie, ondermijnt de sociale zekerheid en kan uitbuiting in de hand werken. Nederland telt inmiddels ruim 1,3 miljoen zzp’ers, tegenover 630.000 in 2003. Daarmee is de urgentie om regels te verduidelijken alleen maar groter geworden.
Duidelijkere criteria
De wet legt vast welke criteria bepalen of er sprake is van werknemerschap of zelfstandigheid. Denk aan aanwijzingen en controle door de opdrachtgever (wanneer, waar en hoe het werk gedaan wordt) versus ondernemerschap en risico (werkt iemand voor eigen rekening en risico en gedraagt hij zich als ondernemer door bijvoorbeeld actief klanten te werven?). De criteria zijn niet nieuw, maar worden nu expliciet in de wet opgenomen, zodat er meer duidelijkheid ontstaat voor werkenden, werkgevers en uitvoeringsorganisaties.
Rechtsvermoeden bij laag tarief
Een belangrijke vernieuwing is het rechtsvermoeden van werknemerschap. Zzp’ers die minder dan €36 per uur verdienen, kunnen voortaan stellen dat zij werknemer zijn. In dat geval moet de opdrachtgever aantonen dat er toch sprake is van zelfstandigheid. Ongeveer 15% van de zzp’ers valt onder dit tarief. Voor hen wordt de rechtspositie aanzienlijk versterkt. Zij kunnen daardoor makkelijker aanspraak maken op werknemersbescherming, zoals ziekte- en zwangerschapsverlof, ontslagbescherming, recht op een werkloosheidsuitkering en dekking bij arbeidsongeschiktheid. Het uurtarief wordt jaarlijks aangepast aan de stijging van het minimumloon en afgerond naar boven op hele euro’s. Voor 2025 komt dit neer op €36 per uur.
Voortgang en planning
Als de Tweede Kamer instemt, gaat het voorstel door naar de Eerste Kamer. De beoogde inwerkingtreding is 1 juli 2026. Overgangsrecht is niet voorzien, wat betekent dat de wet direct geldt vanaf inwerkingtreding. Het wetsvoorstel ligt momenteel voor behandeling bij de Tweede Kamer; inhoudelijke wijzigingen zijn vooralsnog niet bekend.
Conclusie
Dit wetsvoorstel geeft eindelijk houvast in de voortdurende discussie over zzp versus werknemerschap en biedt vooral laagbetaalde zelfstandigen meer bescherming tegen schijnzelfstandigheid.