‘Zaak uit de praktijk’ #1

‘Zaak uit de praktijk’ #1

Casus: Onterecht gegeven ontslag op staande voet

Amersfoort, mei 2022
BBU Arbeidsrecht gaat verder dan enkel het aanbieden van het abonnement BBU Arbeidsrecht. Karin van der Waal, arbeidsjurist binnen BBU: ‘Wij staan klanten, zowel werkgevers als werknemers, ook bij in losse zaken. Zo hebben wij onlangs voor een werknemer een procedure gevoerd bij de rechtbank Gelderland in verband met een onterecht gegeven ontslag op staande voet. Het lijkt ons leuk om zo nu en dan – langs deze weg – hier een kijkje in onze keuken te geven. Uiteraard zonder te vermelden om wie of welke klanten het gaat.’

 

Toelichting ontstane casus

De werkgever is van mening dat de werknemer in strijd heeft gehandeld met uitdrukkelijke instructies van zijn leidinggevende om niet rechtstreeks contact op te nemen met een klant van werkgever. Vorenstaande gebeurtenis heeft plaatsgevonden op 19 januari 2022 en naar aanleiding hiervan is de werknemer op 20 januari 2022 op non-actief gesteld. De werknemer heeft bezwaar gemaakt tegen de non-actiefstelling en heeft aangegeven zich beschikbaar te houden voor het verrichten van de overeengekomen werkzaamheden. Partijen zijn met elkaar in overleg getreden en men bekijkt of men middels een vaststellingsovereenkomst uit elkaar kan gaan. Partijen kwamen hier niet uit en de werknemer werd vervolgens, zonder nadere vooraankondiging, op 4 februari 2022 op staande voet ontslagen.

Onze inzet

BBU heeft namens de werknemer een verzoekschrift ingediend bij de kantonrechter en verzocht om vernietiging van het ontslag op staande voet, doorbetaling van het achterstallige loon verhoogd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, betaling van de transitievergoeding en veroordeling van de werkgever in de kosten van de procedure. In de procedure hebben wij, onder meer, aangevoerd dat het ontslag op staande voet niet voldeed aan de wettelijke vereisten: het ontslag was niet onverwijld gegeven en er was geen sprake van een dringende reden.

 

Resultaat

De kantonrechter is het met ons eens dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven en dus niet voldoet aan de wettelijke eisen en alleen al om deze reden werd ons verzoek om het gegeven ontslag op staande voet te vernietigen toegewezen.

De vernietiging van het ontslag op staande voet had tot gevolg dat de arbeidsovereenkomst niet op 4 februari 2022 is geëindigd en dat de werkgever gehouden is om het loon vanaf die tijd door te betalen aan de werknemer tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig wordt beëindigd. Naast het verschuldigde loon is de werkgever ook gehouden om de wettelijke verhoging van 50% over het achterstallige loon te voldoen, een transitievergoeding te betalen, de wettelijke rente en de proceskosten aan de zijde van de werknemer.

 

Kortom

Uit het vorenstaande blijkt maar weer eens dat een ontslag op staande voet heel zorgvuldig moet worden afgewogen. Om een rechtsgeldig ontslag op staande voet te kunnen geven moet aan de navolgende wettelijke vereisten worden voldaan:

 

  1. Er moet sprake zijn van een dringende reden;
  2. Het ontslag op staande voet moet onverwijld ( direct / meteen) plaatsvinden;
  3. De werkgever moet onverwijld mededeling van de dringende reden doen.

In bovenstaande casus heeft de werkgever het ontslag op staande voet niet onverwijld gegeven (er zat ruim twee weken tussen) en dit was voor de kantonrechter al voldoende reden om het gegeven ontslag te vernietigen.

 

Neem contact op met BBU!

Tot slot: Mocht er in uw bedrijf ooit een situatie ontstaan waarin u ontslag op staande voet overweegt, dan adviseren wij u om eerst contact met ons op te nemen. BBU kan u adviseren over de te nemen stappen, de voorwaarden waaraan het ontslag moet voldoen en de eventuele risico’s die eraan kunnen kleven.

Direct starten met incasseren zoals u het wilt!

Wilt u meer informatie van ons ontvangen of een persoonlijk onderhoud? Vul dan uw gegevens hiernaast in en wij zullen direct contact met u opnemen of de gevraagde informatie aan u toezenden.